banner
 

Bachelor in de toegepaste taalkunde

Het departement Vertaalkunde is een huis voor talen. Alle opleidingen die het departement aanbiedt, staan dan ook in het teken van talenstudie. Zoek je naar een talenstudie van het hoogste niveau die praktisch gericht is, dan ben je bij de opleidingen van het departement Vertaalkunde aan het juiste adres. Talen studeren is hier echt een kwestie van talen perfect leren beheersen, begrijpen, lezen, spreken, schrijven. Toegepaste Taalkunde is niet zomaar een naam, het staat voor een praktijkgerichte aanpak met serieuze academische onderbouwing. Na een bachelor in de toegepaste taalkunde kan je doorstuderen tot master in het tolken, master in het vertalen of master in de meertalige communicatie.

Academisch bachelor worden

De eerste stap is de opleiding tot bachelor in de toegepaste taalkunde. Dat is een driejarige opleiding van academisch niveau (3 keer 60 studiepunten). Dat wil zeggen dat je na die drie jaar een diploma in handen hebt waarmee je al naar de arbeidsmarkt kunt, maar beter is het om er een masterstudie - een bijkomend vierde jaar (60 studiepunten) - aan toe te voegen. De opleiding tot academische bachelor in de toegepaste taalkunde bereidt je voor op de drie masterstudies die door het departement Vertaalkunde worden aangeboden. Een keuze voor andere masteropleidingen aan een universiteit of hogeschool is zeker ook mogelijk. Daarom heet de opleiding ook een ‘academische’ bachelorstudie. De mastergraad komt overeen met de vroegere graad van ‘licentiaat’. De vroegere diploma’s die aan het departement Vertaalkunde werden uitgereikt, waren die van licentiaat-vertaler en licentiaat-tolk. Je merkt het: talen aanleren is al heel lang ons vak!


Meteen als je aan de bachelor in de toegepaste taalkunde begint, kies je voor twee vreemde talen uit het achtvoudige aanbod: Duits, Engels, Frans, Italiaans, Russisch, Spaans, Tsjechisch en Turks. Je keuze blijft gedurende de hele opleiding (ook tijdens een aansluitende masterstudie) ongewijzigd. De bachelor bestaat uit een aantal opleidingsonderdelen die in grotere gehelen samenhoren: naast de twee vreemde talen volg je namelijk ook algemene vakken en een pakket Nederlands. Tijdens de drie jaren van de bacheloropleiding volg je gemiddeld 20 uur college per week. Het aantal algemene vakken vermindert naarmate je studie vordert en in het derde jaar vul je zelf ook een vak naar keuze in. Tijdens het derde jaar kan je bovendien in het buitenland gaan studeren…

Nederlands

Basistaal Nederlands. Als je van talenkennis je grootste troef maakt, is het evident dat je ook je moedertaal zo perfect mogelijk beheerst om in tal van situaties goed te kunnen communiceren. Het pakket Nederlands bestaat uit theoretische cursussen en oefeningen in mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid. Er wordt gewerkt aan je individuele woordenschat. Je verwerft inzicht in de structuur van het Nederlands en je maakt je vertrouwd met lexicografische hulpmiddelen. Je krijgt de knepen onder de knie om je eigen teksten of die van anderen vlotter te laten klinken. In het derde jaar leer je bovendien Vlaanderen en Nederland op vele vlakken met elkaar vergelijken, en je leert spreken voor een publiek.

Twee vreemde talen

Met het aanbod van Duits, Engels, Frans, Italiaans, Russisch, Spaans, Tsjechisch en Turks kan je vele combinaties maken. De opleiding tot bachelor in de toegepaste taalkunde geeft je dus de mogelijkheid om twee talen uit geheel andere talenfamilies volwaardig met elkaar te combineren. Alleen twee volstrekt nieuwe talen kan je niet aan elkaar koppelen: je kunt dus niet kiezen voor Spaans-Russisch, Spaans-Tsjechisch of Russisch-Tsjechisch. De twee talen waarvoor je gekozen hebt, zijn in je programma even belangrijk: er worden evenveel colleges (studiepunten) aan gewijd. Voor Frans en Engels veronderstellen we een behoorlijke voorkennis. Voor Duits is enige voorkennis mooi meegenomen, maar die wordt niet voorondersteld. Voor Italiaans, Turks, Russisch, Spaans en Tsjechisch heb je geen voorkennis nodig.

Talen en cultuur

Als hoofdmoot van de vreemdetalenstudie krijg je in de eerste twee jaren mondelinge en schriftelijke cursussen taalpraktijk en taalstructuren. Tot die cursussen behoren allerlei trainingen met teksten (begrijpen, parafraseren, bediscussiëren, schrijven, samenvatten…), en voorts ook vertaaloefeningen. Ook dat is een manier om een vreemde taal tot in haar finesses te leren kennen.


Om je helemaal vertrouwd te maken met een vreemde taal moet je je ook onderdompelen in de cultuur van het taalgebied in kwestie. In het derde jaar gaat dan ook veel aandacht naar de sociale, politieke en culturele instellingen van de gebieden waar de vreemde talen worden gesproken. Bovendien maak je dan kennis met de hedendaagse letterkunde van die gebieden.

Ook zelf ontdekken

Je leert niet alles tijdens de colleges. Thuis zelf woordenschat opzoeken, een tekst zelfstandig leren begrijpen of schrijven, een stuk leerstof zelf structureren, je eigen vorderingen meten, informatie verzamelen via internet; het zijn vaardigheden die je je in het hoger onderwijs zeker eigen maakt. We helpen je daarbij. In het eerste jaar bachelor bijvoorbeeld organiseren we voor de talen ook nog speciale herhalingsoefeningen, tests, bijkomende opdrachten. Die zogenaamde ‘monitoraatlessen’ zijn vrijblijvend. Want je beslist zelf over je werkmethode. Wij coachen, jij bent de speler.

Kiezen

In het derde jaar bepaal je zelf welk keuzevak je gaat volgen, naast de keuzemogelijkheid per vreemde taal. Tal van mogelijkheden dienen zich aan: ondertitelen, taaltraining in bedrijven, ICT voor vertalers, website localisation etc.

Naar buiten(land)

Een kleine helft van de studenten van het derde jaar studeert via een internationaal uitwisselingsprogramma, zoals Erasmus of Socrates, aan een van onze buitenlandse partneruniversiteiten. Ze ontvangen daarvoor een studiebeurs. Geregeld ondernemen onze studenten en docenten ook studiereizen naar landen waar de bestudeerde talen gesproken worden. Omgekeerd treedt ons departement even vaak als gastheer op voor buitenlandse docenten en studenten.

Het seminariewerk

In het derde jaar bereid je een beknopte scriptie voor over een zelf gekozen wetenschappelijk onderwerp uit de toegepaste taalkunde. Je wordt daarbij persoonlijk gecoacht. Het geeft je de kans om je vast te bijten in een eigen project en het bereidt je voor op de overstap naar een van de masteropleidingen.